beelddenken


Bij de geboorte is in wezen ieder mens een “beelddenker”. Het oorspronkelijke denkproces begint bij het zintuigelijk waarnemen. Taal komt er pas in een later stadium bij. Vanaf het vierde levensjaar onstaat een voorkeur voor het verbale leersysteem (taaldenken) of het visuele leersysteem (beelddenken). Uit onderzoek blijkt dat dit voor een groot deel erfelijk bepaald wordt. Deze onderzoeken hebben plaats gevonden in samenwerking met Jaap Murre, hoogleraar Theoretische neuropsychologie aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Kinderen denken van nature nog veel in beelden. Ze houden graag overzicht, denken ongeordend, zien de gehelen en kijken het liefst naar overeenkomsten. Op school wordt er m.n. een beroep gedaan op het taaldenken, er wordt geordend en op volgorde gewerkt, kleine stappen naar het grote geheel toe. Kinderen leren schakelen van het visuele- naar het verbale leersysteem.

De voorkeur voor het taal- of beelddenken bepaalt hierin de manier waarop informatie wordt opgenomen en verwerkt. Voor kinderen is een goede combinatie van beeld- en taaldenken het meest ideale om (nieuwe) informatie te verwerken.

Het reletatief te veel in beelden denken is in de dagelijkse praktijk moeilijk te constateren, maar kan tot grote problemen leiden. Vooral op school komen deze kinderen in de problemen omdat er een talig onderwijssysteem is. Vaak zien we bij beelddenker een taal en/of leer achterstand of juist heel wisselende school resultaten. Ook op het gebied van automatiseren kunnen er problemen ontstaan.

Kinderen die door het te veel in beelden denken vaak in problemen komen worden erg onzeker en kunnen hierdoor ook (faal)angst ontwikkelen. Dit betekent een extra blokkade in de informatie verwerking. Dat deze blokkade opgeheven dient te worden om tot een goed leeproces te komen spreekt voor zich.

Het vaststellen of een kind te veel in beelden denkt, kan a.d.v. 
Het Wereldspel
.

 

foto van uitgezet wereldspel

 

Dit is een non-verbaal onderzoeksinstrument dat oriënterend en preventief wordt ingezet. Omdat kinderen niets hoeven uit te leggen is dit ook effectief bij niet-talige (dyslexie, allochtoon) of faal angstige kinderen. Het afnemen van het Wereldspel geeft naast de voorkeur van denkstrategie ook informatie over persoonlijkheidskenmerken en cognitie. Opgedane gegevens dragen bij aan het opstellen van handelingsplannen op leergebied maar ook op het sociaal-emotionele vlak.

Naast het beelddenken is bij Beeld en Brein ook aandacht voor fixatie disparatie. Vooral bij kinderen met concentratieproblemen en/of “onhandige” kinderen kan dit van belang zijn. Een visuele disfunctie levert net als het beelddenken m.n. in het onderwijs problemen op. Maar naast de taal / lees / schrijfproblemen, gaat het ook om:

  • * een slechte concentratie
    * een slechte of verminderde fijne en/of grove motoriek
    * een slechte oog-hand coördinatie
    * gedragsproblemen

In het menu links is meer informatie hierover terug te vinden.

Voor zowel het beelddenken als de fixatie disperatie geldt dat er nog veel te weinig aandacht voor is. Dinkkind biedt met het speciale Beeld en Brein programma begeleiding bij het aanleren van de juiste leerstrategieën, zodat leren en huiswerk maken beter aansluit bij het kind.

Hierbij is er ook aandacht voor de eventuele ontwikkelde faalangst  en een mogelijke visuele disfunctie. 

Jenny Huijnen-Meekels

Beeld en Brein Beelddenk-specialist

je.huijnen@kpnmail.nl

0475-301727 / 06-41941895


3 kinderen uit het dinkkind logo